Alles op gebied van vogels :  AKALA , Birdfood, Dutch.birdfood , PetZoo

liefhebbers van papegaaien en overige vogels  

AKALA

 

Papegaaien en angst

Nederlandse samenvatting door Emmy Flaman

van ‘Parrots and Fear van Liz Wilson en Andrew U. Luescher’

Verschenen in ‘Manual of Parrot Behavior’

 

Angst is een kritiek punt bij papegaaien, in het bijzonder als het erom gaat een vertrouwensrelatie met de vogel op te bouwen.

Angst vormt ook een hoofdoorzaak van stress bij huiskamervogels. Papegaaien zijn namelijk kleine prooidieren en mensen grote roofdieren.

Angst kan door een eindeloze hoeveelheid dingen worden veroorzaakt waarbij veel van die dingen door de mens als niet beangstigend worden beschouwd. Om deze reden raken mensen geïrriteerd naar de vogel in plaats van geduldig en geruststellend te handelen. Wij geloven namelijk dat de vogel op deze manier wel over zijn angst heen zal komen. Deze tactiek kan de angst van de vogel echter exponentieel doen toenemen. Afhankelijk van de stimulus zullen wij de omgeving moeten aanpassen of de vogel geleidelijk desensitiseren voor de stimulus.

Papegaaien en parkieten (Psittacines) hebben de neiging neofobisch te zijn, wat verklaarbaar is aangezien papegaaien langer in het wild zullen overleven als ze nieuwe dingen extreem voorzichtig benaderen.

 

Op angst gebaseerde agressie

Angst uit zich in de basis ‘fight or flight’ respons. Papegaaien zullen bij een waargenomen dreiging instinctief handelen door te proberen weg te vliegen. Lukt dit niet doordat ze gekortwiekt zijn en/of in de kooi zitten blijft het alternatief (fight) over en zal de vogel agressief reageren, wat zich vaak zal manifesteren in bijten. Deze situatie zal verergeren als de mens hier agressief op reageert. Dit roept bij de vogel namelijk nog meer angst en dus agressie op. Bestudeer in plaats daarvan de situatie en zoek naar technieken om de vogel geleidelijk te desensitiseren op de angststimulus of vermijdt de situatie helemaal.

Een onvoldoende gesocialiseerde vogel kan bang zijn van vreemden en deze bijten. Verzeker zo’n vogel ervan dat anderen veilig zijn. Breng ze op neutraal terrein in contact met nieuwe mensen en wees daarbij geduldig. Leer ze dat andere mensen leuk en interessant zijn door ze daarbij op te laten stappen en direct weer bij jezelf op te laten stappen. Beloon ze voor goed gedrag zodat ze de link gaan leggen tussen nieuwe mensen en de beloning die daarbij hoort.

 

Fobische papegaaien

Een fobie wordt gedefinieerd als ongegronde of onredelijke ontzetting of angst. Het is logisch dat een wilde papegaai bang is van een roofdier maar als een in huis grootgebrachte papegaai zonder voorafgaand incident plotseling angstig op mensen, geluiden of schaduwen gaat reageren kan er van fobisch worden gesproken.

Het omgaan met een fobische of neurotisch angstige papegaai kan enorm ergerlijk zijn. 

Papegaaien gedragsdeskundigen worden in toenemende mate geconsulteerd over fobische vogels. Dit kan duiden op een toename van dit verschijnsel, toegenomen herkenning van het probleem of een toename in het gebruik van deze terminologie.

Het woord fobisch wordt helaas nogal eens verward met angst. Een echt fobische papegaai is niet alleen maar bang van nieuwe speeltjes of mensen. Ondanks het feit dat zo’n vogel door mensen is grootgebracht reageert ie als een wilde papegaai op de komst van een dodelijk roofdier. Een fobische papegaai is hyperreactief op direct oogcontact, wat vaak tot een paniekaanval leidt. Een fobische vogel reageert hyperreactief op geluid, beweging en in het bijzonder op mensenhanden.

Een fobische papegaai heeft een onzichtbare lijn rond zijn territorium waarbinnen hij zich veilig voelt. Wordt deze lijn overschreden reageert de vogel daarop met de flight-respons met als gevolg gebroken bloedpennen of erger.

Er bestaan diverse gradaties van fobisch gedrag. Over het algemeen zijn agressieve vogels niet fobisch. Agressie en vermijding zijn twee mogelijke reacties op een stimulus. Een vogel die in gevaar verkeert kan vluchten of vechten en aangezien een fobische papegaai behoorlijk angstig is zal deze altijd proberen te vluchten.

Fobische gedragingen komen onder sommige soorten vaker voor: Poicephalus en Senegal papegaaien; kleine kaketoes zoals de rosé kaketoe, geelkuif kaketoe en Triton kaketoe; edelpapegaaien en grijze roodstaarten (in het bijzonder de Kongo). Het is niet verbazingwekkend dat deze soorten ook gevoelig zijn voor gedragingen waarbij ze hun veren vernielen.

 

Fobisch gedrag wordt vaker waargenomen onder jonge of jongvolwassen papegaaien. Toch moet er een onderscheid gemaakt worden naar een jongvolwassen vogel die normaal ‘puberaal’ gedrag vertoont en een fobische vogel.

Er bestaan een hoop theorieën over de oorzaken van fobisch gedrag. Fobisch gedrag zal bij onrustige soorten toenemen als pasgeborenen in te veel licht worden gehouden (bijvoorbeeld onder neonverlichting in een aquarium bij een dierenwinkel). Pasgeboren papegaaien en parkieten nemen ook sneller in gewicht toe als ze in het donker worden gehouden.

Deze overmatige blootstelling aan licht van erg jonge vogels legt dus de basis voor gedragingen die op angst zijn gebaseerd. Linden suggereert om geen fluorescerend licht te gebruiken bij fobische vogels in verband met de toegenomen gevoeligheid wat betreft het zicht van vogels.

Het grootbrengen van jonge papegaaien in een omgeving waarbij ze weinig in handen worden genomen leidt ook tot overdreven emotionele reacties op latere leeftijd.

Lichamelijk en psychologisch misbruik zoals het traumatisch vangen kunnen de oorzaak van fobisch gedrag zijn. Ethologen beweren dat een agressieve behandeling of straf niet de enige reden kan zijn om fobisch gedrag te gaan vertonen. De meeste fobische papegaaien kennen namelijk geen geschiedenis van misbruik. 

 

Klassiek conditioneren en de angstrespons

Vogels kunnen leren door het koppelen van neutrale en onplezierige stimuli. Een voorbeeld hiervan is de associatie van de hand van de eigenaar met de slechte smaak van medicijnen die in de vogels keel zijn gestopt. Klassiek conditioneren (Pavlov) zorgt er hierbij voor dat de voormalig neutrale stimulus aversief ervaren wordt en een angstreactie oproept.

Eigenaren van onrustige vogels moeten leren te ontspannen alvorens hun dieren te benaderen. Bewegingen moeten weloverwogen en kalm zijn zodat ze de angst van de vogel niet vergroten. Eigenaren die hyper zijn verergeren een moeilijke situatie dikwijls waarbij een reeds bezorgde vogel in een complete fobische staat geraakt. Dit is in het bijzonder het geval in dramatisch beangstigende situaties, zoals natuurrampen en een bezoek aan de dierenarts.

In dat soort gevallen raakt de papegaai fobisch van de eigenaar waarbij het vermoeden bestaat dat de angstige vogel zijn angst in die situatie aan de eigenaar heeft gekoppeld. Wanneer papegaaien getraumatiseerd zijn hebben mensen de neiging op de papegaai af te rennen en deze gerust te stellen, waarbij ze zich hysterisch druk maken over de veiligheid van de vogel. Het resultaat is dat de vogel nog meer onder de indruk raakt van de bezorgdheid van de eigenaar en zijn eigen angst aan de eigenaar koppelt en dus fobisch van zijn eigenaar raakt. 

Bezoek aan de dierenarts: advies aan de eigenaar

Veel papegaaien en parkieten, in het bijzonder jonge vogels, reageren erg negatief op een bezoek aan de dierenarts. Het is belangrijk dat een eigenaar beseft dat ze de situatie slechts verergeren als ze zich verontrust gedragen bij noodzakelijke procedures. Het resultaat is dat ze daarbij niet alleen hun vogel angst aanjagen maar ook serieuze schade aanbrengen aan de band met de vogel. Veel dierenartsen stellen dan ook voor de noodzakelijke onderzoeken zonder de aanwezigheid van de eigenaar uit te voeren. Als eigenaren er perse bij willen zijn moeten ze erop gewezen worden hun dieren niet te gaan aaien als deze onder spanning staan aangezien ze dan behoorlijk gebeten kunnen worden. De eigenaar moet de vogel ook niet vertellen dat alles oké is aangezien het volgens de vogel niet oké is om onder spanning te staan. Stel de vogel alleen gerust in díe gevallen die intimiderend maar niet gevaarlijk zijn (zoals wanneer er bijvoorbeeld iets groots door de woonkamer wordt gedragen). Als deze geruststelling namelijk gebruikt wordt wanneer de papegaai onder spanning verkeert loop je het risico de kracht van de geruststelling te ontkennen omdat de zin geassocieerd gaat worden met een vervelende gebeurtenis.

Om elke connectie tussen de eigenaar en een traumatisch bezoek aan de dierenarts te voorkomen, dienen vogels die behoorlijk van slag zijn direct in hun carrier terug gezet te worden en niet op de arm van hun eigenaar. Zo kan de eigenaar de vogel verbaal geruststellen zonder lichamelijk contact. Bij thuiskomst moet de eigenaar de carrier openen en weglopen waarbij hij doorgaat met het geruststellen van de vogel met een zachte stem waarbij de vogel zelf de carrier uit kan klimmen. Vervolgens moet de vogel verbaal gerustgesteld blijven worden en door de eigenaar van een afstand geobserveerd. Benader de vogel pas als je zijn lichaamstaal ziet ontspannen.

 

Operant conditioneren en de angstrespons

Een angstreactie kan geconditioneerd worden door vermijding te conditioneren of door negatieve bekrachtiging. Dit is in het bijzonder het geval als de eigenaar zich terugtrekt (als de eigenaar de bedreiging vormt) of als deze de vogel van de bedreigende situatie weghaalt of de vogel een schuilplaats verschaft. De verwijdering van de bedreigende stimulus vormt namelijk de bekrachtiger van de angstrespons. Gedrag dat op deze wijze geconditioneerd wordt wordt erg betrouwbaar en is moeilijk uit te doven.

Vogels kunnen ook leren angst te vertonen in situaties waarbij ze niet bang zijn maar geleerd hebben de situatie te manipuleren of controleren. Als ze bijvoorbeeld vluchten voor een mens laat deze de vogel meestal met rust om verwondingen bij de vogel te voorkomen. Op deze manier heeft de vogel weten te voorkomen opgepakt te worden en terug te worden gezet in zijn kooi. Het laten zien van een angstrespons kan dus een duidelijke manifestatie zijn van een weigering om te interacteren.

Aan de andere kant leren vogels zelden een angstreactie te laten zien door positieve bekrachtiging. Daarom is het erg onwaarschijnlijk dat bij het geven van iets lekkers aan een bange vogel er conditionering optreedt. Dit mag dus altijd en de vogel zal het gevaar aan iets plezierigs koppelen.

Het is belangrijk om zorgvuldig te bestuderen in welke mate leren bijdraagt aan het vertonen van angstgedrag. Het maken van video-opnamen kan hierbij erg nuttig zijn omdat de vogel dan in zijn eigen omgeving kan blijven en zijn lichaamstaal in deze omgeving bekeken kan worden. Het is onmogelijk de mate van angst vast te stellen in een voor de vogel vreemde omgeving zoals bij een dierenarts. Angstgedrag kan ook enorm veranderen als er een vreemde de vertrouwde omgeving binnenkomt.

Als voorbeeld wordt een kaketoe genoemd die fobisch op handen reageert. Deze vogel pakt lekkers uit de hand aan maar rent weg als hem wordt gevraagd op te stappen. Deze intelligente vogel heeft geleerd dat mensen hierbij niet doorzetten als hij bang reageert waarbij ie dus kan doen waar ie zin in heeft. Met deze vogel werd buiten zijn territorium gewerkt waarbij gebruik werd gemaakt van positieve bekrachtiging om de vogel te overtuigen dat het opvolgen van commando’s iets goeds is.

Angstreacties kunnen ook worden vergroot door leren als de angstopwekkende stimulus er een van korte duur is of als de vogel aan de situatie kan ontsnappen. In deze gevallen blijkt de vluchtreactie succesvol te zijn voor de vogel. Angstreacties die op deze manier geconditioneerd zijn zijn veelal blijvend en moeilijk te doorbreken. 

Rehabilitatie van de fobische of neurotisch angstige papegaai

Rehabilitatie van fobische vogels kan een pijnlijk traag proces zijn, maar fobici kunnen geholpen worden, met ervaring en extreem veel geduld. Verkeerde interpretatie en mishandelen van vogels met extreme angst kunnen angstaanjagend gedrag en gek gedrag bekrachtigen. Het gebruik van anxiolytische medicatie wordt vaak voorgeschreven om het proces te versnellen en de angst op een niveau te brengen waarbij de vogel in staat is te leren. De eigenaar moet daarbij een manier zien te vinden om de vogel de medicijnen op een niet-traumatische manier toe te dienen, want anders zal de toediening ervan de angst doen toenemen.

De eerste stap op weg naar rehabilitatie is opnieuw een vertrouwensband op te bouwen. Blanchard doet daarbij de suggestie dat de eigenaar dagelijks met een stoel voor de kooi van de vogel gaat zitten, op een dusdanige afstand waarbij er bij de vogel geen angst optreedt. Lees daarbij iets rustig voor of zing voor de vogel, dit brengt vaak een positieve reactie bij de fobische vogel teweeg.

Deze procedure maakt gebruik van het verschijnsel ‘habituatie’ ofwel gewenning waarbij een dier zal stoppen op een neutrale stimulus (een stimulus die geen positieve of negatieve consequenties inhoudt) te reageren als deze daaraan langdurig wordt blootgesteld. Hierbij moet geen direct oogcontact met de vogel gemaakt worden maar af en toe moet er even vluchtig naar de vogel gekeken worden. Blanchard noemt dit ‘soft eyes’ waarbij de eigenaar erg kort naar de vogel kijkt en zijn ogen en hoofd vervolgens wegdraait waarbij het wegkijken een negatieve bekrachtiger voor het relaxed zijn wordt. Geleidelijk gaat de eigenaar dichterbij de kooi zitten en langer naar de vogel kijken. Deze procedure wordt systematische desensitisatie genoemd. Beloningen in de vorm van iets lekkers werken goed, tenzij de papegaai te gestrest is om iets lekkers aan te nemen. Je kunt de papegaai ook zijn lievelingsvoer in zijn kooi geven gedurende deze sessies. Op die manier wordt de tijd die de eigenaar naast de kooi zit geassocieerd met iets zeer plezierigs (counterconditioneren).

Fobici raken vaak bang door te fel licht en voelen zich vaak beter bij wat zwakker licht. Krijgt de vogel onvoldoende donkere periodes op een dag zou deze voor de nacht in een andere kooi in het donker in een rustige kamer weggezet kunnen worden. Angstige papegaaien raken ook makkelijk gealarmeerd door geluiden maar zachte muziek stelt ze vaak meer gerust dan totale stilte.

Bij een fobische vogel kan men zijn zelfvertrouwen opbouwen door zijn vleugelpennen te laten groeien. In sommige gevallen waarbij de angstige vogel wel kan vliegen kan het kortwieken echter noodzakelijk zijn.

Rehabilitatie brengt ook met zich mee dat we de vogel laten kiezen wanneer en hoe deze wenst te interacteren. Het forceren ervan maakt de situatie alleen maar erger. De vogel moet dit op zijn eigen tempo kunnen doen en moet daarbij niet opgehaast worden.

Omdat de rehabilitatie van een fobische vogel een traag proces kan zijn, wordt eigenaren aangeraden een dagelijks dagboek bij te houden. Door het gedetailleerd beschrijven van de tekenen van angst bij de vogel en het opschrijven van minuscule vooruitgang zijn eigenaren beter in staat te zien dat er vooruitgang is, ook al is deze maar zeer klein.

Aangeleerde angst kan afgeleerd worden, hoewel dit bij vogels veel meer tijd in beslag neemt dan bij bijvoorbeeld honden. De behandeling van angst kan worden ingezet door systematische desensitisatie, counterconditioneren of responsvervanging. Het gebruik van anxiolytische medicatie als aanvulling op de gedragsmodificatie techniek kan nuttig of zelfs noodzakelijk zijn.

 

Systematische desensitisatie

Deze techniek wordt gebruikt om een respons (angst of agressie) op een stimulus te verminderen of te elimineren. Het dier wordt daarbij in rust getraind, bijvoorbeeld op een T-standaard of de hand van de eigenaar. De stimulus wordt daarbij op een lage intensiteit geïntroduceerd en het dier wordt beloond voor rustig gedrag. Zodra het dier aan de stimulus op lage intensiteit gewend is zal de intensiteit geleidelijk verhoogd worden en wordt de procedure herhaald. De toename in stimulusintensiteit moet zo klein zijn dat er nooit angst bij de vogel wordt opgewekt.

Hoewel het kunnen vliegen het zelfvertrouwen van een vogel kan doen toenemen kan het noodzakelijk zijn de vogel tenminste tijdelijk te knippen om hem op die manier te desensitiseren voor een beangstigende stimulus waarbij zelfbelonend vluchtgedrag voorkomen kan worden.

Systematische desensitisatie kan alleen worden gebruikt als de stimulus geïdentificeerd en gereproduceerd  kan worden maar ook de intensiteit gecontroleerd kan worden. De stimulus dient vermeden te worden totdat gedragsmodificatie bereikt is.

Als niet aan deze voorwaarden voldaan kan worden kan desensitisatie met behulp van medicatie zinvol zijn. Hierbij wordt een anxiolytisch medicijn toegediend met een dosering waarbij de vogel normaal en zonder angst kan functioneren. De dosering wordt hierbij geleidelijk verminderd (net als bij het geleidelijk toe laten nemen van de intensiteit van de angstopwekkende stimulus). De vogel dient de stimulus gedurende de therapie dus wel om zich heen te hebben. Als de afbouw van de medicatie geleidelijk genoeg plaatsvindt zal de vogel er nooit bang van worden en van de medicatie afkomen.

 

Counterconditioneren (in klassiek conditioneren)

Bij deze therapie wordt de betekenis van een voorafgaand geconditioneerde stimulus veranderd. Angstgedrag (de voorheen geconditioneerde respons op de stimulus) wordt daarbij vervangen door een plezierige emotionele respons.

Bijvoorbeeld het geluid van de stofzuiger, dat voorheen angst opriep, wordt nu geassocieerd met eten. 

Respons substitutie (wordt vaak onterecht counterconditioneren genoemd)

Hierbij wordt de betekenis van een angstopwekkende situatie veranderd. De betekenis van de discriminerende stimulus wordt daarbij veranderd.

Het doel is ongewenst gedrag in een situatie vervangen door gewenst gedrag. Dit wordt bereikt door het controleren van ongewenste gebeurtenissen waardoor ongewenst gedrag niet langer succesvol is en waarbij gewenst gedrag beloond wordt.

De situatie waarin het ongewenste gedrag normaal gesproken voorkwam wordt een discriminerende stimulus voor gewenst gedrag. Het gewenste gedrag moet onverenigbaar zijn met het ongewenste gedrag (bijvoorbeeld opstappen in plaats van bijten).

Respons substitutie wordt vaak samen met desensitisatie gebruikt (het trainen van rust in plaats van angst of agressief gedrag, waarbij de vogel aan stimuli die in intensiteit toenemen wordt blootgesteld). 

 

Training

Clicker training is een andere manier om het zelfvertrouwen van de vogel te doen toenemen maar ook de angst (in het bijzonder van de eigenaar) doen afnemen. Het kan zonder gebruik te maken van handen op een afstand worden uitgevoerd op een niet bedreigende manier. Clicker training zorgt voor consistent en dus voorspelbaar stressvrije interactie tussen vogel en eigenaar. Het zorgt voor efficiënte communicatie tussen vogel en eigenaar en verschaft de papegaai de mogelijkheid zijn omgeving te voorspellen en te controleren, waardoor zijn zelfvertrouwen en welzijn zullen toenemen. De meeste vogels houden ervan op die manier getraind te worden. Het enige probleem kan zijn hoe lekkers aan een angstige vogel te geven.

 

Voorkomen

De methodes die gebruikt worden om een papegaai/parkiet zich tot zijn volle vermogen als huisdier te laten ontwikkelen zijn dezelfde als die gebruikt worden om de ontwikkeling van onrustige of fobische persoonlijkheden te voorkomen. De ontwikkeling van deze vaardigheden begint al jong bij de kweker en gaat over op de nieuwe eigenaar.

Deze technieken houden het volgende in:•

 Het voeden van zelfvertrouwen en individueel potentieel gedurende de vroege ontwikkeling

• Normaal grootbrengen en dan zonodig geleidelijk knippen voor de verkoop (progressive wing clip methode). Dit vergroot het zelfvertrouwen van een jonge vogel.

• Overvloedig voeren en geleidelijk weanen gebaseerd op de ontwikkeling van de vogel, niet op het gemak van de mens

• Het verschaffen van duidelijke en consistente gedragsrichtlijnen bij de nieuwe eigenaar

• Het aanmoedigen van onafhankelijkheid door zelf te spelen 

 Conclusie

Angstige papegaaien moeten leren dat ze veilig zijn en de mensen om zich heen kunnen vertrouwen dat ze hen veiligheid blijven verschaffen. Alleen met oneindig geduld kunnen pathologisch angstige papegaaien gerehabiliteerd worden, een angstige vogel pushen zal de situatie exponentieel doen verergeren. Een belangrijke functie van een dierenarts hierbij is de eigenaar van de neurotisch angstige vogel steunen op zijn lange weg terug naar een vertrouwensrelatie met zijn vogel.

info
info