Alles op gebied van vogels :  AKALA , Birdfood, Dutch.birdfood , PetZoo

liefhebbers van papegaaien en overige vogels  

AKALA

Eolophus roseicapillus

De beschrijving.
Het verenpak van de Rosékaketoe is donkerroze. Het voorhoofd, de bovenkant van het hoofd, hun onder dekveren en hun nek zijn witroze. De rug en de vleugels van de Rosékaketoe zijn grijs. De onderbuik, de stuit, een deel van de dekveren, de romp en het bovendeel van de staartveren zijn witgrijs gekleurd. De oogring is rozerood en de iris van de Rosékaketoe is donker bruin. Hun poten zijn grijs en hun snavel is hoornkleurig. De pop van de Rosékaketoe lijkt uiterlijk sprekend op de man, behalve dat haar iris rood tot roodbruin is. Er zijn echter ook meerdere mannen bekend met rode of roodbruine irissen. De onvolwassen Rosékaketoes hebben een minder mooi gekleurd verenpak en hebben vaak grijsachtige tinten. De irissen in beide seksen is bruin. Hun oogring is grijs getint met een beetje roze.

De Rosékaketoe.

 De naam
De Rosékaketoe is in Nederland ook bekend als Galah.
De Engelse benaming is even eens  Galah maar ook Rose-breasted Cockatoo (met name in de Verenigde Staten), Roseate Cockatoo,  Willock Cockatoo or Pink-and-Grey Cockatoo. In het Frans bekend als Cacatočs rosalbin; in het Duits als Rosakakadu; in het Portugees als Cacatua de Galah en tenslotte in het Spaans bekend als Cacatůa Galah.

 

In Augustus 2002 kochten wij onze eerste rosé kaketoes  Na lang zoeken kwamen we dan eindelijk bij een kweker uit die er geen problemen mee had als wij de kuikentjes voor onderzoek en een  pbfd test naar de dierenarts brachten. Hierdoor is onze collectie vogels uitgebreid met 3 rosé kaketoes.  Aldaar hebben we ook het geslacht meteen laten onderzoeken en we hadden 2 poppen wat zusjes waren en een man  onverwant. Nu nog een man erbij en we zijn compleet. Op Woensdag 6-11-02 is dit een viertal geworden hoewel de man nog ter observatie en wachtend op de uitslag  apart zit. Maar we hebben nu 4 rosé kaketoes.  Daarom wil ik jullie wat vertellen over deze vogels.
 

1. De (Oostelijke) Rosékaketoe.
Eolophus roseicapillus roseicapillus (Vieillot 1817).

De lengte en het gewicht.
De Rosékaketoe is 35.0 centimeters lang en de man weegt gemiddeld 330 gram en de pop weegt gemiddeld 306 gram. Hij moet geringd worden , Het ringen van de Vogels word in 2003 strenger  in de wet opgenomen

De verspreiding.
De Rosékaketoe bewoont het oostelijke en centrale en deels noordelijke deel van Australië en hij komt voor op sommige kusteilanden. Op Tasmanië is deze Rosékaketoe met succes geďntroduceerd. Het natuurlijk leefgebied van de Rosékaketoe neemt alsmaar toe. Met name de Australische kusten zijn pas recentelijk in het leefgebied opgenomen en in de buitenwijken en parken van de steden worden ze ook meer en meer gezien.

 

2. De Westelijke Rosékaketoe.
Eolophus roseicapillus assimilis (Mathews 1912)

De naam
De Engelse benaming van de Westelijke Rosékaketoe is Western Galah of Western Rose-breasted Cockatoo. In het Frans bekend als Cacatočs rosalbin de l'est; in het Duits als Westlicher Rosakakadu en tenslotte in het Portugees als Cacatua de Galah do Oeste.

De beschrijving.
De beschrijving van de Westelijke Rosékaketoe is nagenoeg gelijk aan die van de nominaat soort de Eolophus roseicapillus roseicapillus. De verschillen zitten in het feit dat deze ondersoort wat bleker en het voorhoofd meer roze. De oogring van de Westelijke Rosékaketoe is grijswit. De pop van de Westelijke Rosékaketoe heeft dezelfde kenmerken als de nominaat vorm.

De lengte en het gewicht.
De lengte van de Westelijke Rosékaketoe is 35,0 centimeters en de man weegt gemiddeld 345 gram en de pop weegt gemiddeld 311 gram. Hij moet geringd worden met  gesloten voetring

De verspreiding.
De Westelijke Rosékaketoe is een bewoner van Westelijk Australië tot aan het noordelijk gelegen Fortescue en waarschijnlijk de Grey Rive

 

3. De Noordelijke Rosékaketoe.
Eolophus roseicapillus kuhli (Mathews 1912)

De naam
De Engelse benaming van de Noordelijke Rosékaketoe is Northern Galah of Northern Rose-breasted Cockatoo. In het Frans bekend als Cacatočs rosalbin du nord en tenslotte in het Duits als Nörtlicher Rosakakadu.

De beschrijving.
De beschrijving van de Noordelijke Rosékaketoe komt overeen met die van de Eolophus roseicapillus roseicapillus; dit ondersoort is bleker gekleurd en het voorhoofd heeft meer roze. De Noordelijke Rosékaketoe is kleiner dan de nominaatvorm. De oogring is meer grijsrood. In verhouding gezien heeft dit ondersoort ook een kleiner hoofd dan de nominaatvorm. De pop van de Noordelijke Rosékaketoe heeft dezelfde kenmerken dan de nominaatvorm.

 De lengte en het gewicht.
De Noordelijke Rosékaketoe is slechts 30,0 centimeters groot en weegt gemiddeld 270 grammen. . Hij moet geringd worden met  gesloten voetring.

 De verspreiding.
De Noordelijke Rosékaketoe komt voor ten noorden van Derby in het noordwesten van West Australië en in de Kimberley regio and verder noordelijk door geheel het Northern Territory van Australië.

 

4. De Centraal- Australische Rosékaketoe.
Eolophus roseicapillus howei (Mathews 1912)

De naam
De Engelse benaming van de Centraal- Australische Rosékaketoe is Central Australian Galah of Central Australian Rose-breasted Cockatoo. In het Frans bekend als Cacatočs rosalbin de Australie central en tenslotte in het Duits als Zentralaustralischer Rosakakadu.

De beschrijving.
De beschrijving van de Centraal- Australische Rosékaketoe is gelijk aan die van de ondersoort de Eolophus roseicapillus kuhli, alleen is deze ondersoort van gelijke grootte als de nominaatvorm. De pop van de Centraal- Australische Rosékaketoe heeft dezelfde kenmerken dan de nominaatvorm.

De lengte en het gewicht.
De Centraal- Australische Rosékaketoe is 35.0 centimeters lang en hij weegt gemiddeld 350 grammen.  Hij moet geringd worden met gesloten voetring.

De verspreiding.
De Centraal- Australische Rosékaketoe leeft in Centraal Australië, de grootste aantallen worden gevonden rondom Alice Springs in Australië

 

II. Algemene informatie.

 Het leefgebied.
De Rosékaketoe leeft oorspronkelijk in de bossen en graslanden met bomen in de halfdroge gebieden tot op 1250 meter hoogte. Maar ook vaak in andere klimaat en vegetatietype: Vaak in de directe omgeving van kunstmatig aangelegde waterpartijen  Op dit moment bewoont de Rosékaketoe alle open gebieden inclusief de gecultiveerde - en de berggebieden van Australië. Hij heeft ook de parken, tuinen en steden verovert.

De status.
De Rosékaketoe is een algemeen voorkomende kaketoe en zelfs talrijk in sommige gebieden van Australië. De Rosékaketoe heeft enorm geprofiteerd van de ontbossing en cultivering van de landbouw (en dan met name het verbouwen van granen) van Australië. Al deze gevolgen zorgen ervoor dat de Rosékaketoe in aantallen en verspreidingsgebieden nog steeds toeneemt, zoals de kust- en de berggebieden, en daarmee in geheel Australië voorkomt. Toch is de toekomst niet helemaal rooskleurig; de hoge eucalyptus bomen bij de boerderijen die voor nestruimte kunnen zorgen, zijn systematisch gekapt. Hierdoor kan er een tekort gaan ontstaan aan geschikte nestruimte voor de Rosékaketoes.

Het gedag.
De Rosékaketoe is een sedentaire papegaai en zal zelden verder dan 10 kilometer van de bomen waar ze nestelen en rusten, vandaan gaan. Uitzonderingen zijn de Noordelijk Rosékaketoes, welke omwille van voedsel en water vaak zwervend zijn.  Een paartje Rosékaketoes is monogaam: het paartje blijft tot aan de dood van een van beiden elkaar trouw. Zo’n paartje maakt weer onderdeel uit van een grotere groep Rosékaketoes; deze groep kent geen vaste samenstelling en kan variëren van enkele tientallen tot honderden en zelfs duizenden kaketoes. De jonge en niet-broedende Rosékaketoes leven nomadisch in grotere groepen met andere kaketoe soorten. De Rosékaketoes is niet erg toegankelijk tijdens het foerageren. Hij wordt vaker gezien in het gezelschap van de grote geelkuiven  (Cacatua galerita). Tijdens het foerageren, een kaketoe functioneert als wachtpost en alarmeert de anderen bij dreigend gevaar: de hele groep vlucht vliegt dan weg zodra deze door de wachtpost worden gealarmeerd. De Rosékaketoes zijn meer benaderbaar als ze hun groep alleen maar uit Rosékaketoes bestaat. De Rosékaketoe verlaat bij zonsopgang de bomen waarin ze geslapen hebben, naar de drinkplaatsen om vervolgens voedsel te gaan zoeken op de grond, met hun typische waggelend loopje. Daarna gaat de Rosékaketoe rusten in de hoge bomen tijdens de hete middaguren. Tijdens het rusten knaagt hij graag aan de bomen en het boomschors. Hierdoor worden de bomen vaker ernstig beschadigd of zelfs vernield. De Rosékaketoe drinkt opnieuw voordat de nacht invalt en dan beginnen ze met hun acrobatische toeren, vliegend van boomtoppen naar de grond, onder luid geschreeuw. De sedentair paartjes slapen ‘s nachts in hun nest of in de buurt van het nest. Hun vlucht is nogal snel en direct met ritmische vleugelslagen. De Rosékaketoe van zo snelheden halen van maar liefst 60 kilometer per uur, tijdens hun vlucht laten ze een continue geschreeuw horen. Hun roep is een schelle metaalachtige, tweetonige schreeuw.

Het dieet in de natuurlijke leefomgeving.
Het natuurlijke dieet bestaat uit graszaden (Western Button Grass, Flinders Grass en Mitchell Grass) ,kruidachtige planten, diverse granen (met name graan en haver), fruit, bessen, noten, diverse wortels en jonge scheutjes van diverse planten, bloemen, knoppen en insecten met hun larven. Er wordt gezegd dat de Rosékaketoe enorme schade aanbrengt in graangebieden en gebieden waar men zonnebloempitten kweekt. Recent onderzoek in Australië heeft de grootte van de landbouwschade genuanceerd en blijkt van minder grote omvang dan de Australische landbouwers ons willen doen geloven.

Het broedgedrag.
Het hof maken is een eenvoudige en in het algemeen omgeven met acrobatiek. De man met opgeheven kuif en zijn hoofd wiegend, loopt over de stok naar zijn partner en maakt zachte, klikkende geluiden als hij haar benaderd. De pop verlaat de stok en vliegt weg en is achtervolgd door de man. Ze vliegt van boom tot boom en schreeuwt opgewonden. In een andere boom herhaald dit paringsritueel zich weer, gevolgd door het wederzijds verzorgen van elkanders verenpak. Hun natuurlijk broedperiode verschilt geografisch: in Zuid Australië van juli tot december; in het noorden van Australië van februari tot juni en in centraal Australië hangt het broedseizoen samen met de regenval. In goede jaren heeft de Rosékaketoe twee legsels. Zij nestelen in boomstronken of takken van dode bomen, waarbij ze een duidelijke voorkeur hebben voor de hoge Eucalyptus bomen in de buurt van stromend water. De nest ingang ligt tussen de twee en twintig meter hoogte Het nest zelf is gemiddeld genomen 1,18 meter diep. Het paartje knaagt aan de randen van de ingang en bedekt de bodem van het nest met  Eucalyptus blaadjes. Dit knagen van aan de ingang van het nest en het bijna polijsten van de ingang in combinatie met hun natuurlijke talkpoeder uit hun veren, zorgt ervoor dat de erg geen natuurlijke vijanden zoals hagedissen en slangen in hun nest kunnen komen. De ingang van het nest is erg glad en geeft geen gelegenheid voor hun vijanden om het nest binnen te gaan en vormt zo een uitstekende bescherming voor henzelf en hun eieren. Hun legsel bestaat uit twee tot vijf eieren. De eieren zijn wit en ovaal Na een broedperiode van 25 tot 30 dagen, waarbij beide partners elkaar afwisselen met broeden, blijven de jonge Rosékaketoes nog zeven weken in het nest. Na het uitvliegen duurt het ongeveer nog vier tot zes weken voordat de jonge Rosékaketoes volledig zelfstandig zijn. In hun eerste levensjaar krijgen de jonge Rosékaketoes al hun volwassen verenpak.  In de vele boeken laten ze ons doen geloven dat kweken met de rosé niet moeilijk is, als je maar rekening houdt met de grootte, ruimte die ze nodig hebben.  

De Rosékaketoe is een luidruchtige en goed geharde kaketoe, hij is echter de minst hard krijsende van alle kaketoes. Zijn knaagbehoefte is erg groot en hij moet permanent takken met bladeren krijgen. Ook moeten ze regelmatig ontwormd worden omdat ze graag en veelvuldig op de grond zitten en erin wroeten. Hun jaarlijkse rui begint voor alle veren op vrijwel hetzelfde moment en duurt ongeveer 160 tot 180 dagen. De Rosékaketoe houdt niet van baden maar moet het van de regen of sproeien hebben. Ze kunnen dan bijzonder opgewonden hierop reageren door luid te krijsen en druk bewegend in de waterstraal te gaan zitten, een voor Rosékaketoes zo typische regendans.

Kooi
De voličre moet bij voorkeur 6 bij 1 bij 2 meters zijn en moet van metaal gemaakt worden. Alhoewel ze in hun biotoop in temperaturen leven van -5°C tot 45°C moeten de Rosékaketoes toch tegen de vorst beschermd worden; het beste is ze in een binnenvoličre te houden gedurende de vorstmaanden. De Rosékaketoe heeft permanent een dikwandige, hardhouten blok nodig welke zij gebruiken ze om te rusten. Hetzelfde blok zal ook als broedblok gaan functioneren en moet 40 bij 40 bij 90 centimeters zijn of een boomstronk zijn welke ze zelf bruikbaar maken.  Bij ons spelen ze in, op en tussen de bomen en voedsel zoeken ze tussen de stenen. het is dan ook een grappig gezicht als je de rosé ziet zoeken naar voedsel of spelen met hout, stenen en takjes het zijn zeer actieve vogels, Een lust voor het oog.

De leeftijd.
In gevangenschap kan de Rosékaketoe, onder gezonde leefomstandigheden, 50 tot 60 jaar oud worden. In de vrij natuur zal de gemiddelde Rosékaketoe niet ouder worden dan twintig jaar, waarbij van alle jonge Rosékaketoes poppen slechts 9% de leeftijd haalt om zich voort te planten; voor de mannen is dit 19%. Een paartje Rosékaketoes gaan een verbintenis voor het leven aan en zijn in staat om zich voort te planten tot hun veertigste levensjaar. Hierdoor kan het voorkomen dat een paar in hun broedperiode voor 120 nakomelingen zorgde. Als een van de partners sterft gaat de rosé wel op zoek naar een nieuwe partner, Op deze foto;s laten we de rosé  zien toen ze  4 en 9 weken waren, de ouders had de kuikens geplukt en daarom zie je dat hun veren wat wilder zitten. Ze zitten nu geheel in de veren.

De Rosékaketoe als huisdier.
De eerste kolonisten van Australië uit het begin van de 19de eeuw aten de Rosékaketoes. De ‘Galah Pie’ was in de buitenposten in het van Australië van toen, samen met de ‘Curried Crow’, vaak de belangrijkste voedselbronnen. Dat de Rosékaketoe geen culinair hoogstandje was blijkt uit een receptuur, waarin de schoongemaakte Rosékaketoe samen met een oude laars en groentes gekookt worden. Na een aantal uren haalt men de laars en de Rosékaketoe uit de kookpot. 'Gooi de Rosékaketoe dan snel weg en eet de laars op', was het advies uiteindelijk. De Rosékaketoe is een voorzichtige kaketoe en goed ontwikkeld reactievermogen en intelligentie. Hun roep kan erg luidruchtig zijn, maar dit is niet frequent. Deze kaketoes zijn zeer actieve vogels en hebben om hun energie te verbranden een grotere bewegingsruimte, dus voličre, nodig. Ze hebben geen extreem sterke tralies nodig als andere kaketoes, maar zijn wel in staat om de meest gecompliceerde sluitingen te openen. Ze zijn niet erg spraakzaam, Maar ook daar zijn de meningen over verdeeld want pratende kaketoes zijn meestal kaketoes die veel in en met de gezin  vertoeven. In een kweek ruimte maken ze liever geluidjes.. De meeste Rosékaketoes zijn alleen ‘s ochtends en ‘s avonds en zodra ze opgewonden zijn luidruchtig. Hun dichte verenpak laat een stuk minder poederdons los dan alle andere kaketoes. De verenstructuur van de Rosékaketoes is nagenoeg hetzelfde als de verenstructuur van de grijze roodstaartPsittacus erithacus) en de Rosékaketoe geeft dan ook evenveel poederdons af dan de grijze roodstaart(Psittacus erithacus). Van alle kaketoes hebben de Rosékaketoes en de poppen van de witkuif kaketoe(Cacatua alba) het beste aanpassingsvermogen in hun nieuwe huis. Het is ook van belang om de Rosékaketoe te kortwieken, door hun oplettend, en vaak schrik, vermogen kan de Rosékaketoe plots wegvliegen. De Rosékaketoes zijn meer onafhankelijk dan andere kaketoe soorten, maar zijn vaak liefdevolle en amuserende huisdieren.   

 

Deze info heb ik uit het boek van Josepf M Forshaw Australian Parrots deel 3 wat ik in Tenerife gekocht heb en hij aldaar een lezing gaf heeft hij het voor me ondertekend, en Kakadus een duits boek van Franz Robiller.en van een hele mooie site van Ron Caris www.caroona.creek.nl .

                              

info
info